KVO: doel of middel?
Veel bedrijventerreinen ‘gaan’ tegenwoordig voor het KVO. Daar zit echter het risico aan vast dat het behalen van het certificaat een doel op zich wordt. De ervaring op Steenakker leert dat dit de valkuil van het KVO kan zijn. Er is een plan ontwikkeld, het terrein heeft met de nodige publiciteit het Keurmerk behaald en nu blijkt dat het nog onzeker is of de voorgenomen maatregelen ook daadwerkelijk haalbaar zijn en zullen worden uitgevoerd. Ofwel: er is erg veel energie gestoken in het KVO zelf, terwijl de daadwerkelijke aanpak is blijven liggen. Het KVO op zich biedt geen garantie op een goed beveiligd terrein.
De bij het KVO behorende subsidiemogelijkheden van het rijk zijn voor veel bedrijventerreinen een belangrijke drijfveer geweest om met het KVO aan de slag te gaan. Deze zijn inmiddels komen te vervallen.
Het behalen van het Keurmerk dient dus nadrukkelijk geen doel op zich te zijn. De voor het KVO ontwikkelde aanpak kan wél een bruikbaar hulpmiddel zijn. Het KVO biedt een handboek, een stappenplan, een checklist en nog allerlei andere zaken die van nut kunnen zijn om op gestructureerde wijze een aanpak uit te werken.
Het KVO vormt echter geen blauwdruk: op elk terrein zullen de partijen gezamenlijk aan de slag moeten gaan om een praktische aanpak uit te werken, doeltreffende en haalbare maatregelen te treffen en zo een veilig bedrijventerrein te realiseren.
Het KVO is hierbij niet leidend, maar de te ontwikkelen aanpak is wel ‘KVO-proof’. Tezijnertijd kan, wanneer de aanpak een succes blijkt te zijn, het Keurmerk worden aangevraagd als een symbolische bekroning van het resultaat. De cyclus van hercertificering die bij het KVO hoort, kan hierbij worden benut voor de borging van continuïteit.
De aanpak op hoofdlijnen
Een actieve betrokkenheid van de kant van de ondernemers is voor het OT voorwaarde om aan de slag te gaan. Hiertoe wordt een werkgroep ingesteld. Bij de aanvang van de werkzaamheden wordt in overleg met deze werkgroep een projectplan, taakverdeling en planning vastgesteld. Daarnaast moet worden besproken hoe we omgaan met Hoogeind en Moleneind: de inzet van het OT is bedoeld voor één terrein en dan met name Hoogeind. Maar met enige creativiteit en goede wil moeten we een traject kunnen inzetten waarvan ook Moleneind profiteert.
Er is een vereenvoudigd stappenplan opgenomen dat uitgaat van een tweesporenaanpak: het ontwikkelen en ten uitvoer brengen van een gedegen beveiligingsplan, hetgeen de nodige voorbereidingstijd vergt, en tegelijkertijd het benoemen van maatregelen die al op korte termijn zijn te nemen waardoor eerste resultaten snel zichtbaar worden. Het gaat hierbij om een eerste opzetje, dat in overleg met de participanten verder wordt gedetailleerd tot een projectplan.
|